ECLI:NL:HR:2000:AA5136
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing waarderingsmethode zegelschuld in vennootschapsbelasting 1994
Belanghebbende, een besloten vennootschap, kreeg voor het jaar 1994 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd. Na bezwaar en beroep bij het Hof Amsterdam werd de aanslag verminderd, maar het Hof verwierp de door belanghebbende gehanteerde waarderingsmethode van de zegelschuld. Deze methode week af van een eerdere afspraak met de Inspecteur en hield onvoldoende rekening met het percentage zegels en bonnen dat niet wordt ingeleverd.
Belanghebbende stelde in cassatie dat haar waarderingsmethode in overeenstemming was met goed koopmansgebruik, maar de Hoge Raad oordeelde dat bij waardering van dergelijke schulden altijd rekening moet worden gehouden met het feit dat een deel van de zegels en bonnen niet wordt ingeleverd. Het Hof had dit terecht als feitelijk en juridisch oordeel vastgesteld.
De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde dat belanghebbende niet mocht vertrouwen op het voortbestaan van de oude waarderingsafspraak. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend. Het arrest werd uitgesproken op 15 maart 2000 door de Hoge Raad.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de waarderingsmethode van belanghebbende wordt niet geaccepteerd.