ECLI:NL:HR:2000:AA5035
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Davids
- raadsheer Bleichrodt
- raadsheer Koster
- raadsheer Orie
- raadsheer Balkema
- Rechtspraak.nl
Bestuurder veroordeeld voor rijden zonder verplichte motorrijtuigverzekering
Op 4 september 1996 werd verdachte te Hulst aangehouden omdat zij als bestuurder van een personenauto reed zonder dat er een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) was gesloten en in stand gehouden. De rechtbank verklaarde bewezen dat op het moment van de staandehouding om 14.17 uur geen geldige verzekering bestond, hoewel verdachte later die dag na 15.00 uur alsnog een verzekering sloot met terugwerkende kracht tot 0.00 uur.
De verdachte stelde in cassatie dat zij niet onverzekerd had gereden omdat de verzekeringsovereenkomst terugwerkende kracht had. De Hoge Raad overwoog dat het tijdstip van het sluiten van de verzekeringsovereenkomst beslissend is voor de strafbaarheid en dat de terugwerkende kracht van de dekking niet afdoet aan het feit dat op het moment van rijden geen verzekeringsovereenkomst bestond.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van de verdachte voor het rijden zonder een geldige motorrijtuigverzekering. Hiermee werd de geldboete van vijfhonderd gulden, subsidiair tien dagen hechtenis, gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigde de veroordeling voor het rijden zonder geldige motorrijtuigverzekering en handhaafde de opgelegde geldboete en subsidiaire hechtenis.