ECLI:NL:HR:2000:AA4940
Hoge Raad
- Cassatie
- Neleman
- Jansen
- Hammerstein
- De Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt vonnis over kennelijk onredelijk ontslag en verwijst naar gerechtshof
De ex-werknemer trad in 1975 in dienst bij AVO Techniek B.V. en werd op 31 januari 1994 ontslagen op grond van bedrijfseconomische redenen, met toestemming van de Regionale Dienst Arbeidsvoorziening (RDA). De RDA stelde voorwaarden waaronder geen vervanging mocht plaatsvinden voordat de ex-werknemer zijn werkzaamheden kon hervatten. Na het ontslag bood AVO een afvloeiingsregeling en suppletie van de WW-uitkering aan.
De ex-werknemer stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was, onder meer omdat AVO uitzendkrachten gebruikte en de gevolgen van het ontslag voor hem te ernstig waren. De kantonrechter oordeelde in eerste aanleg dat het ontslag kennelijk onredelijk was en kende een schadevergoeding toe. In hoger beroep vernietigde de rechtbank dit vonnis en wees de schadevergoeding af, omdat de ex-werknemer niet slaagde in zijn bewijslevering.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom het ontslag niet kennelijk onredelijk zou zijn op grond van de ernst van de gevolgen voor de ex-werknemer. Daarom vernietigde de Hoge Raad het vonnis en verwees de zaak naar het gerechtshof voor verdere behandeling. Het beroep tegen het tussenvonnis werd verworpen. AVO werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor verdere behandeling.