ECLI:NL:HR:2000:AA4778
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Mijnssen
- raadsheer Neleman
- raadsheer Heemskerk
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Huurprijsaanpassing bedrijfsruimte en uitleg kooprecht in huurovereenkomst
In deze zaak vordert [verweerster] op grond van artikel 7A:1632a BW de huurprijs van een bedrijfsruimte te Breda per 1 januari 1995 vast te stellen op ƒ 300.000,-- of een hoger bedrag dan de geldende huurprijs. WE Vastgoed betwist dit en voert onder meer aan dat de vordering niet toewijsbaar is voor zover deze gebaseerd is op door haar aangebrachte verbeteringen.
De procedure kent een lange voorgeschiedenis met eerdere kort gedingen en bodemprocedures over de uitleg van het voorkeursrecht tot koop van het gehuurde en de huurprijsaanpassing. De rechtbank en het hof hebben geoordeeld dat geen koopovereenkomst tot stand is gekomen omdat partijen geen overeenstemming bereikten over de koopprijs en de maatstaven voor vaststelling daarvan.
De Hoge Raad bevestigt dat bij huurprijsaanpassing rekening moet worden gehouden met verbeteringen die de huurwaarde verhogen, maar dat verbeteringen die door de verhuurder reeds zijn vergoed buiten beschouwing blijven. De toelating van bewijs door de kantonrechter om vast te stellen welke verbeteringen daadwerkelijk zijn aangebracht en vergoed, wordt bekrachtigd. Het beroep van WE Vastgoed wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep van WE Vastgoed wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.