ECLI:NL:HR:2000:AA4772
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Roelvink
- Heemskerk
- Herrmann
- Van der Putt-Lauwers
- Fleers
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gevolgen rechterlijke toewijzing huurderschap na echtscheiding en aansprakelijkheid onderhuurder
De zaak betreft een geschil tussen een huurder en een onderhuurder over betaling van huurachterstanden en de gevolgen van een rechterlijke toewijzing van het huurderschap aan de ex-echtgenote van de onderhuurder na echtscheiding.
De huurder had de woning verlaten en de onderhuurder was erin getrokken, met de afspraak dat de onderhuurder rechtstreeks aan de verhuurder zou betalen. Na vertrek van de onderhuurder en toewijzing van het huurderschap aan diens ex-echtgenote, ontstond discussie over de aansprakelijkheid voor huurachterstanden over de periode na de toewijzing.
De kantonrechter kende de vordering van de huurder toe, maar de rechtbank beperkte die tot de periode tot de toewijzing van het huurderschap aan de ex-echtgenote. De Hoge Raad oordeelde dat de rechterlijke toewijzing van het huurderschap aan een ex-echtgenoot van rechtswege het huurderschap van de andere echtgenoot beëindigt en werking heeft tegenover de verhuurder, ook zonder mededeling aan de verhuurder.
De Hoge Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank vanwege onvoldoende motivering over de mededelingsplicht van de onderhuurder en verwees de zaak voor verdere behandeling terug naar het gerechtshof. De aansprakelijkheid van de onderhuurder voor huurachterstanden na de toewijzing werd niet aangenomen zonder nadere vaststelling van de mededelingsplicht en het voorzienbaar gevolg van het niet nakomen daarvan.
Uitkomst: Het arrest vernietigt het vonnis van de rechtbank en verwijst de zaak voor verdere behandeling naar het gerechtshof, waarbij wordt bevestigd dat de rechterlijke toewijzing van huurderschap werking heeft tegenover de verhuurder.