ECLI:NL:HR:2000:AA4767
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Roelvink
- raadsheer Heemskerk
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Van der Putt-Lauwers
- raadsheer Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking hof inzake ontvankelijkheid verzoek tot nietigverklaring huwelijk
In deze zaak verzocht een neef van de overledene de rechtbank om het huwelijk tussen de overledene en diens echtgenote te vernietigen of nietig te verklaren op grond van art. 1:69 lid 1 sub c BW Pro. De rechtbank verklaarde hem ontvankelijk, maar het hof vernietigde deze beschikking en verklaarde hem niet-ontvankelijk, stellende dat het indienen van eenzelfde procedure door meerdere neven in strijd was met een goede procesorde.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte de neef aan de uitspraak van een procedure waaraan hij niet deelnam heeft gebonden, omdat dit niet strookt met de eisen van een goede procesorde. De Hoge Raad bekrachtigde daarom de beschikking van de rechtbank die de neef ontvankelijk verklaarde.
In het incidentele cassatieberoep werd de vraag behandeld of een louter erfrechtelijk belang een onmiddellijk rechtsbelang is in de zin van art. 1:69 lid 1 sub c BW Pro. De Hoge Raad bevestigde dit, verwijzend naar de ontstaansgeschiedenis van de wetsbepaling.
De Hoge Raad veroordeelde de echtgenote in de kosten van het geding in hoger beroep en in cassatie. De beschikking is gegeven door de vice-president Roelvink en raadsheren Heemskerk, Herrmann, Van der Putt-Lauwers en Hammerstein.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van het hof en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank die verzoeker ontvankelijk verklaarde in zijn verzoek tot nietigverklaring van het huwelijk.