ECLI:NL:HR:2000:AA4529
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt aanslag vennootschapsbelasting wegens ontbreken ondernemingsbegrip
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1991 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd, welke na bezwaar en beroep bij het Hof werd gehandhaafd. Het Hof oordeelde dat belanghebbende deelneemt aan het maatschappelijke verkeer met het oogmerk winst te behalen en daarmee een onderneming drijft in de zin van artikel 2, lid 1, onderdeel d, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat de activiteiten van belanghebbende, bestaande uit het ontvangen van gelden via een stichting en het verstrekken van geldelijke bijdragen aan opleidingsbedrijven, niet kunnen worden aangemerkt als het drijven van een onderneming. Hierdoor is belanghebbende niet belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting.
De Hoge Raad vernietigde het vonnis van het Hof en de aanslag, en bepaalde dat de Staatssecretaris van Financiën het betaalde griffierecht aan belanghebbende moet vergoeden. Tevens werden de proceskosten aan de zijde van belanghebbende aan de Staat opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de aanslag vennootschapsbelasting omdat belanghebbende geen onderneming drijft.