ECLI:NL:HR:2000:AA4115
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Mijnssen
- raadsheer Neleman
- raadsheer Heemskerk
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Toerekening van uitlatingen van advocaat aan procureur in desaveuprocedure
In deze zaak vorderde Nedamco ontkenning van bepaalde gerechtelijke verrichtingen die door een advocaat tijdens pleidooi zouden zijn gedaan, welke aanleiding waren voor afwijzing van haar vordering in een eerdere procedure. De advocaat betwistte de uitlating, en de rechtbank wees de vordering af omdat de advocaat niet als procureur optrad en art. 263 Rv Pro alleen ziet op verrichtingen van de procureur.
Het hof vernietigde dit oordeel en stelde dat uitlatingen van de advocaat tijdens pleidooi moeten worden toegerekend aan de procureur, ook als deze niet aanwezig was. Dit om te voorkomen dat de mogelijkheid tot desaveu ongelijk wordt toegepast afhankelijk van de rol van de advocaat.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en overwoog dat het systeem waarin proceshandelingen van de advocaat gelden als handelingen van de procureur het meest strookt met de tekst en strekking van art. 263 Rv Pro. Dit geldt zowel voor schriftelijke als mondelinge verklaringen tijdens pleidooien, ongeacht aanwezigheid van de procureur.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van eiseres en veroordeelde haar in de proceskosten. Hiermee is bevestigd dat uitlatingen van een advocaat tijdens pleidooi juridisch worden toegerekend aan de procureur, waardoor ontkenning via desaveu mogelijk blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitlatingen van de advocaat worden toegerekend aan de procureur.