ECLI:NL:HR:2000:AA4062
Hoge Raad
- Cassatie
- Pos
- Beukenhorst
- Monné
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie tegen navorderingsaanslag vermogensbelasting 1994
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1994 een navorderingsaanslag in de vermogensbelasting opgelegd, waarvan de Inspecteur de aanslag en de kwijtschelding handhaafde na bezwaar. Het Hof vernietigde deels de uitspraak van de Inspecteur en verminderde de aanslag met het bedrag van de verhoging. Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Hof.
Het beroepschrift in cassatie voldeed niet aan de eis van artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb, omdat de gronden van het beroep ontbraken. De Hoge Raad gaf belanghebbende de mogelijkheid dit binnen zes weken te herstellen. De aanvulling op het beroepschrift werd echter pas na de gestelde termijn ontvangen. Hoewel belanghebbende een faxverzendrapport overlegde dat een stuk op de laatste dag van de termijn zou zijn verzonden, bleek uit onderzoek dat de fax niet was ontvangen.
De Hoge Raad oordeelde dat het verzuim niet tijdig was hersteld en dat er geen andere gronden waren om het arrest van het Hof te vernietigen. Daarom werd belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard in het beroep in cassatie. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Belanghebbende wordt niet-ontvankelijk verklaard in het beroep in cassatie wegens niet tijdig herstel van het verzuim.