ECLI:NL:HR:1999:AA3868
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- De Moor
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt hoofdelijke aansprakelijkheid voor onttrekking aan douanetoezicht en verschuldigde omzetbelasting
Belanghebbende, een BV handelend in groenten, fruit en eiproducten, werd door de Inspecteur uitgenodigd tot betaling van omzetbelasting wegens onttrekking van Poolse suiker aan het douanetoezicht in Nederland. Na afwijzing van het bezwaar door de Inspecteur bevestigde het Hof Arnhem dit standpunt.
In cassatie betoogde belanghebbende dat de onttrekking niet in Nederland had plaatsgevonden en dat onregelmatigheden elders waren ontstaan. De Hoge Raad oordeelde dat het belastbare feit zich voordoet op het moment van onttrekking aan het douanetoezicht en dat belanghebbende hoofdelijk aansprakelijk is op grond van de Douanewet.
Het Hof had terecht het vermoeden aangenomen dat de onttrekking in Nederland plaatsvond en dat belanghebbende dit vermoeden niet had kunnen ontzenuwen. Ook werd geoordeeld dat de Inspecteur in de bezwaarprocedure onvoldoende informatie gaf, maar dat dit geen reden was om de uitnodiging tot betaling te vernietigen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de hoofdelijkheid en de verschuldigdheid van de omzetbelasting. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd aan de Inspecteur.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de verschuldigde omzetbelasting wegens onttrekking aan het douanetoezicht.