ECLI:NL:HR:1999:AA3866
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- De Moor
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aansprakelijkheid voor onttrekking melkpoeder aan douaneregeling en omzetbelastingheffing
Belanghebbende werd door de Inspecteur uitgenodigd tot betaling van een bedrag aan omzetbelasting over melkpoeder dat volgens douanedocumenten van Litouwse oorsprong naar Nederland of Engeland zou zijn vervoerd. De melkpoeder werd echter niet op de aangegeven bestemmingen afgeleverd, maar onttrokken aan de douaneregeling en doorverkocht in Nederland.
Na afwijzing van het bezwaar door de Inspecteur bevestigde het Hof Arnhem deze beslissing en stelde belanghebbende aansprakelijk voor de omzetbelasting. Het Hof baseerde zich op de Wet inzake de douane en de Wet op de omzetbelasting 1968, waarbij het Hof oordeelde dat belanghebbende degene was die de niet-zuivering van de douanedocumenten had veroorzaakt.
In cassatie voerde belanghebbende aan dat het Hof eerst de hoofdelijk aansprakelijke had moeten aanwijzen en dat de omzetbelasting op grond van andere wetsartikelen verschuldigd zou zijn. De Hoge Raad verwierp deze middelen en bevestigde het oordeel van het Hof dat belanghebbende als belastingplichtige kon worden aangemerkt.
De Hoge Raad wees tevens het verzoek om proceskostenveroordeling af en stelde vast dat het cassatieberoep ongegrond was. Dit arrest is op 24 augustus 1999 uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de aansprakelijkheid van belanghebbende voor de omzetbelasting.