ECLI:NL:HR:1999:AA3864
Hoge Raad
- Hoger beroep
- vice-president Davids
- raadsheer Bleichrodt
- raadsheer Corstens
- raadsheer Orie
- raadsheer Van Buchem-Spapens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bevoegdheid openbaar ministerie tot afspraken met getuigen ondanks betwisting bewijs
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, waarin de beklaagde is veroordeeld voor het aannemen van giften als ambtenaar en het handelen in strijd met de Landsverordening verdovende middelen. Het hof verwierp het verweer dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard vanwege afspraken met getuigen die hun verklaringen zouden hebben beïnvloed.
De verdediging stelde dat de verklaringen van getuigen onbetrouwbaar waren omdat zij waren afgelegd na het sluiten van overeenkomsten waarbij voordelen werden toegekend, zonder wettelijke grondslag. Het hof oordeelde echter dat het openbaar ministerie bevoegd was om dergelijke afspraken te maken, dat deze niet in strijd waren met de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit, en dat de verklaringen consistent en geloofwaardig waren.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en wees erop dat het ontbreken van een wettelijke grondslag voor dergelijke afspraken niet betekent dat het openbaar ministerie daartoe niet bevoegd is. Ook werd geoordeeld dat het optreden van dezelfde officier van justitie in eerste aanleg en hoger beroep geen bezwaar oplevert. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het hofvonnis in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling tot twee jaar gevangenisstraf.