ECLI:NL:HR:1999:AA3851
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afschrijving gascilinders als complex in vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een producent en handelaar in gassen, kreeg voor het jaar 1992 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd. Deze aanslag was gebaseerd op een belastbaar bedrag van f 41.850.747,--. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag verminderd tot f 39.229.781,--.
De kern van het geschil betrof de afschrijving van gascilinders die belanghebbende gebruikte voor de distributie van haar gasproducten. De cilinders werden partijgewijs aangeschaft en individueel genummerd, maar slechts een klein deel werd individueel gevolgd. De Inspecteur accepteerde geen afschrijving ineens van de aanschaffingskosten van deze cilinders. Het Hof oordeelde dat de cilinders als complexe zaken moesten worden aangemerkt, waardoor de aanschaffingskosten niet ineens konden worden afgeschreven.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof en verwierp het cassatieberoep. De Raad stelde dat de cilinders duurzaam en partijgewijs worden gebruikt en een wezenlijke functie binnen de onderneming vervullen. De term 'complex' uit het Besluit van de Staatssecretaris van Financiën werd aldus juist toegepast. Er was geen grond om de cilinders als voorwerpen van geringe waarde aan te merken. Ook het betoog dat een complex alleen bestaat bij functionele samenhang faalde.
De Hoge Raad wees tevens af om proceskosten toe te wijzen en handhaafde de vermindering van de aanslag zoals vastgesteld door het Hof.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en het oordeel van het Hof dat de gascilinders als complexe zaken moeten worden aangemerkt, wordt bevestigd.