ECLI:NL:HR:1999:AA3816
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Mijnssen
- raadsheer Heemskerk
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Van der Putt-Lauwers
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Vordering tot opname in pensioenregeling en schadevergoeding wegens discriminatie deeltijdwerkers
Eiseres was van 1 september 1978 tot 1 november 1993 als deeltijdmedewerkster in dienst bij Innovam. Volgens het pensioenreglement van vóór 1992 konden deeltijdwerkers niet deelnemen aan de pensioenregeling, wat volgens eiseres in strijd was met art. 119 EG Pro-verdrag (gelijke behandeling man/vrouw). Zij vorderde opname in de pensioenregeling met terugwerkende kracht vanaf 1 september 1978 en betaling van een schadevergoeding.
De Kantonrechter wees de vordering toe, maar de Rechtbank beperkte de terugwerkende kracht tot 15 oktober 1987 vanwege verjaring van de vordering tot betaling van premies. De Rechtbank oordeelde dat de verplichting tot aansluiting zich vertaalt in een verplichting tot betaling van premies waarop een verjaringstermijn van vijf jaar van toepassing is.
De Hoge Raad vernietigde deze vonnissen en oordeelde dat de vordering van eiseres een schadevergoedingsvordering is en niet gelijkgesteld kan worden met een vordering tot betaling van premies. Daarom is de verjaringstermijn van vijf jaar niet van toepassing. Innovam moet eiseres alsnog opnemen in de pensioenregeling met terugwerkende kracht vanaf 1 september 1980 en de inkoopsom betalen, berekend op basis van werkgeverspremies. De eerdere kostenveroordelingen worden eveneens vernietigd.
Uitkomst: Innovam wordt veroordeeld om eiseres met ingang van 1 september 1980 op te nemen in de pensioenregeling en de inkoopsom op basis van werkgeverspremies te betalen.