ECLI:NL:HR:1999:AA3802
Hoge Raad
- Cassatie
- Haak
- Corstens
- Orie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt en verwijst zaak inzake medeplegen bedrieglijke bankbreuk en valsheid in geschrift
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem waarbij verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van diverse strafbare feiten, waaronder deelname aan een criminele organisatie, valsheid in geschrift en bedrieglijke bankbreuk.
Het hof had onder meer het feit van het onjuist doen van een belastingaangifte bewezen verklaard, maar de verdediging voerde aan dat de aangifte juist was op grond van specifieke bepalingen in de Wet op de Omzetbelasting. De Hoge Raad oordeelde dat het hof dit verweer onvoldoende had gemotiveerd en daarom het arrest voor dat onderdeel moest vernietigen.
Daarnaast werd betoogd dat de facturen niet vals waren, omdat de leveringen volgens de verdediging op legale wijze via abc-overeenkomsten waren verlopen. Ook hier had het hof onvoldoende gemotiveerd waarom het deze verdediging verwierp.
Verder werd aangevoerd dat voor bepaalde feiten een bijzondere strafbepaling (art. 344 Sr Pro) van toepassing was in plaats van de algemene bepaling (art. 341 Sr Pro), wat zou moeten leiden tot ontslag van rechtsvervolging. Het hof had dit verweer niet gemotiveerd beoordeeld, maar de Hoge Raad vond dat dit verzuim niet tot cassatie hoefde te leiden omdat de beslissing impliciet in het arrest besloten lag.
De Hoge Raad vernietigde het arrest voor zover het de beslissing op het tenlastegelegde onder 3 betreft en verwees de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor hernieuwde berechting en afdoening. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het arrest gedeeltelijk en verwijst de zaak voor hernieuwde berechting inzake belastingaangifte en strafoplegging.