ECLI:NL:HR:1999:AA3400
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Davids
- raadsheer Bleichrodt
- raadsheer Corstens
- raadsheer Van Buchem-Spapens
- raadsheer Balkema
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijsgebruik getuigenverklaringen ondanks procedurele bezwaren in diefstalzaak
In deze strafzaak werd verdachte in hoger beroep bij verstek veroordeeld voor diefstal met geweld en bedreiging, en voor het opzettelijk wederrechtelijk beroven van vrijheid. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en legde een gevangenisstraf van achttien maanden op, waarvan zes maanden voorwaardelijk.
Het cassatieberoep richtte zich onder meer tegen het gebruik door het hof van getuigenverklaringen die in eerste aanleg waren afgelegd, maar niet opnieuw waren voorgelezen in hoger beroep. Verdachte stelde dat dit in strijd was met art. 279 Sv Pro, omdat de procedure in hoger beroep als een procedure op tegenspraak moest gelden en hij recht had op hoor en wederhoor.
De Hoge Raad oordeelde dat art. 279 Sv Pro niet van toepassing was op deze procedure, mede omdat het hof met toestemming van alle partijen de eerdere verklaringen als herhaald beschouwde. Ook werd geoordeeld dat het hof voldoende gelegenheid had geboden om de getuigen te ondervragen en dat het gebruik van de verklaringen niet in strijd was met art. 6 EVRM Pro. Het cassatieberoep werd verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd met een gevangenisstraf van achttien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk.