ECLI:NL:HR:1999:AA2897
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Pos
- Monné
- Kop
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid psychotherapeutische kosten als buitengewone lasten in inkomstenbelasting
Belanghebbende was het niet eens met de aanslag inkomstenbelasting over 1993, waarbij een belastbaar inkomen van f 90.807 werd vastgesteld. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. Kern van het geschil was of de kosten van f 12.428 voor psychotherapeutische behandeling konden worden aangemerkt als buitengewone lasten wegens ziekte.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de psychotherapeutische behandeling plaatsvond op voorschrift, onder begeleiding of controle van een geneeskundige hulpverlener zoals bedoeld in de Wet IB 1964. Hierdoor konden de kosten niet als aftrekbare uitgaven worden beschouwd. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en wees erop dat de regels omtrent psychotherapeuten in de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg nog niet van kracht waren in het betreffende jaar.
Daarnaast werd het beroep op de meerderheidsregel door de Hoge Raad verworpen, waarbij werd geoordeeld dat alleen gevallen met onjuiste wetstoepassing binnen het bevoegdheidsgebied van de Inspecteur in aanmerking komen. De Hoge Raad wees ook een veroordeling in proceskosten af en verwierp het beroep in cassatie.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen; de kosten van psychotherapeutische behandeling zijn niet aftrekbaar als buitengewone lasten.