ECLI:NL:HR:1999:AA2894
Hoge Raad
- Cassatie
- Zuurmond
- Beukenhorst
- Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over bijzondere belastingheffing ontslagpremies
Belanghebbende werd voor het jaar 1994 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ169.976, waarvan een deel belast werd tegen het bijzondere tarief van artikel 57, lid 2, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Na bezwaar en beroep bij het hof werd het deel belast tegen het bijzondere tarief verhoogd van ƒ5.178 naar ƒ6.619.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat het bedrag van ƒ9.619, bestaande uit premies die door de werkgever waren gestort op een spaarrekening in het kader van een bedrijfspremiespaarregeling en bij ontslag vrij beschikbaar werd gesteld, moest worden belast als vervangende inkomsten. Uit het reglement blijkt dat deze premies bij ontslag in het kader van een reorganisatie vrij ter beschikking komen, zonder dat sprake is van vervangende inkomsten.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof, behoudens het griffierecht, en bevestigt de uitspraak van de inspecteur. Tevens bepaalt de Hoge Raad dat het door de Staatssecretaris van Financiën betaalde bedrag voor vervanging van de mondelinge uitspraak wordt terugbetaald. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bevestigt de aanslag van de inspecteur inzake de belastingheffing over de ontslagpremies.