ECLI:NL:HR:1999:AA2874
Hoge Raad
- Cassatie
- Pos
- Beukenhorst
- Monné
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie tegen aanslag inkomstenbelasting 1995
In deze zaak heeft X te Z, als gemachtigde van Y te Z, beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 23 november 1998, betreffende de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 1995 opgelegd aan Y.
De Griffier van de Hoge Raad heeft op 4 februari 1999 aan X verzocht binnen vier weken een schriftelijke machtiging te overleggen. Aan dit verzoek is niet voldaan, waardoor de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaart.
Verder acht de Hoge Raad geen gronden aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten conform artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
Het arrest is op 22 september 1999 vastgesteld door de raadsheren Pos, Beukenhorst en Monné en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet overleggen van een schriftelijke machtiging.