ECLI:NL:HR:1999:AA2864
Hoge Raad
- Cassatie
- Stoffer
- Pos
- Beukenhorst
- Monné
- Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof Amsterdam inzake niet-ontvankelijkheid beroep inkomstenbelasting 1995
Belanghebbende werd door de Voorzitter van de Tweede Meervoudige Belastingkamer niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 1995, omdat uit het beroepschrift niet duidelijk zou blijken wat de gronden waren. Belanghebbende maakte hiertegen verzet bij het Hof Amsterdam, dat dit verzet ongegrond verklaarde.
In cassatie klaagde belanghebbende dat de belastingdienst stukken had achtergehouden en dat de aanslag onrechtmatig was, onder meer omdat de sanctiewetgeving niet tijdig door de Europese Unie was goedgekeurd. De Hoge Raad oordeelde dat uit het beroepschrift wel degelijk de gronden van het beroep kenbaar waren, namelijk de klacht over het achterhouden van stukken en de betwisting van de wettelijke basis van de aanslag.
Daarom was de niet-ontvankelijkverklaring door de Voorzitter onterecht en had het Hof het verzet gegrond moeten verklaren en de zaak inhoudelijk moeten behandelen. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof, verklaarde het verzet gegrond en verwees de zaak naar het Hof Amsterdam voor verdere behandeling. Tevens werd het door belanghebbende betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor inhoudelijke behandeling.