ECLI:NL:HR:1999:AA2848

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 augustus 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
34609
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • R.J.J. Jansen
  • Hammerstein
  • Van Amersfoort
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzakenWet op de vennootschapsbelasting 1969
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt waardeaanslag vennootschapsbelasting 1993 na bezwaar en beroep

Kunststoffenfabriek voor Agrarische Produkten "Polem" B.V. te Lemmer kreeg voor het jaar 1993 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd van f 3.375.210,--. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Gerechtshof te Arnhem, dat de aanslag bevestigde.

Tegen deze uitspraak stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad beoordeelde het middel van cassatie en oordeelde dat het oordeel van het Hof over de waarde in het economische verkeer van Plasticon Heerenveen B.V. per 31 december 1993, gesteld op f 3.937.516,--, feitelijk van aard en niet onbegrijpelijk was. Dit oordeel kon in cassatie niet worden bestreden.

De Hoge Raad zag geen gronden voor een veroordeling in proceskosten en wees het beroep in cassatie af. Het arrest werd op 24 augustus 1999 vastgesteld en in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de aanslag vennootschapsbelasting 1993 blijft gehandhaafd.

Uitspraak

gewezen op het beroep in cassatie van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Kunststoffenfabriek voor Agrarische Produkten "Polem" B.V. te Lemmer tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 16 juli 1998 betreffende na te melden aanslag in de vennootschapsbelasting.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is voor het jaar 1993 een aanslag in de vennootschapsbelasting opgelegd naar een belastbaar bedrag van f 3.375.210,--, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof, dat deze uitspraak heeft bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft bij vertoogschrift het cassatieberoep bestreden.
3. Beoordeling van het middel van cassatie
Het oordeel van het Hof dat de waarde in het economische verkeer van Plasticon Heerenveen B.V. per 31 december 1993 f 3.937.516,-- bedroeg, is van feitelijke aard en niet onbegrijpelijk, zodat het in cassatie niet met vrucht kan worden bestreden.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet admi-nistratieve rechtspraak belastingzaken.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is op 24 augustus 1999 vastgesteld door de vice-president R.J.J. Jansen als voorzitter, en de raadsheren Hammerstein en Van Amersfoort, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Van Hooff, en op die datum in het openbaar uitgesproken.