ECLI:NL:HR:1999:AA2774
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Pos
- Monné
- Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt oordeel Hof over huurprijs en economische huurwaarde bij verhuur aan familielid
Belanghebbende verhuurde in 1995 een pand gedurende acht maanden aan zijn dochter, waarbij de huurprijs lager was dan de economische huurwaarde. De Inspecteur handhaafde een aanslag inkomstenbelasting gebaseerd op een hoger belastbaar inkomen dan belanghebbende had opgegeven. Het Hof vernietigde deze aanslag en stelde de huurwaarde lager vast, waardoor de aanslag werd verminderd.
De Staatssecretaris stelde in cassatie dat de lagere huurprijs duidde op een gedeeltelijke onbetaalde terbeschikkingstelling (bruikleen), waardoor de aftrekbeperking van artikel 36, lid 8, Wet op de inkomstenbelasting 1964 van toepassing zou zijn. De Hoge Raad oordeelde echter dat het enkele feit dat de huurprijs lager is dan de economische waarde, ook als partijen zich daarvan bewust zijn, niet automatisch betekent dat sprake is van een tweeledige overeenkomst van huur en bruikleen.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof dat het verschil tussen de bedongen huurprijs en de economische huurwaarde niet zodanig is dat de overeenkomst een tweeledig karakter draagt. Het cassatieberoep werd verworpen en de Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen en het oordeel van het Hof bevestigd.