ECLI:NL:HR:1999:AA2758

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 mei 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
33754
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • Stoffer
  • Zuurmond
  • Fleers
  • Monné
  • Beukenhorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslag overdrachtsbelasting na afstoting melkveesector

Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting opgelegd ter zake van de verkrijging van een onroerende zaak. Na bezwaar en beroep bij het Gerechtshof werd de aanslag gehandhaafd. Het Hof oordeelde dat de afstoting van de melkveesector vlak voor de verkoop van de onderneming nauw verband hield met die verkoop, waardoor niet kon worden gesproken van voortzetting van de gehele onderneming.

Belanghebbende stelde in cassatie dat de melkveesector ook zonder verkoop zou zijn afgestoten, maar de Hoge Raad achtte dit irrelevant voor het oordeel van het Hof. Het Hof had de feiten juist vastgesteld en de rechtsvraag correct beoordeeld. De middelen van belanghebbende faalden.

De Hoge Raad wees het beroep af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het arrest werd op 12 mei 1999 door de vijf raadsheren vastgesteld en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting bevestigd.

Uitspraak

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 29 juli 1997 betreffende na te melden aan hem opgelegde naheffingsaanslag in de overdrachtsbelasting.
1. Naheffingsaanslag, bezwaar en geding voor het Hof Aan belanghebbende is terzake van de verkrijging van een onroerende zaak een naheffingsaanslag in de overdrachtsbelasting opgelegd ten bedrage van ƒ 28.080,--, zonder verhoging, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd Belanghebbende is van de uitspraak van de Inspecteur in beroep gekomen bij het Hof. Het Hof heeft die uitspraak bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel aangevoerd. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staatssecretaris van Financiën heeft een vertoogschrift ingediend.
3. Beoordeling van het middel Het Hof heeft geoordeeld dat de afstoting van de melkveesector kort voordat belanghebbendes vader de onderneming aan belanghebbende verkocht, zeer nauw verband hield met de verkoop van de resterende onderneming aan belanghebbende. Aan dit oordeel, dat als van feitelijke aard in cassatie niet op zijn juistheid kan worden onderzocht, heeft het Hof terecht de gevolgtrekking verbonden dat de onderneming van de vader niet door belanghebbende wat de bedrijfsvoering betreft in haar geheel is voortgezet. Het heeft daarbij met juistheid overwogen dat dit niet anders is indien juist zou zijn belanghebbendes stelling dat de melkveesector, omdat zulks wenselijk was, ook zou zijn afgestoten indien de onderneming niet zou zijn verkocht. De middelen falen derhalve.
4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
5. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is op 12 mei 1999 vastgesteld door de vice-president Stoffer als voorzitter, en de raadsheren Zuurmond, Fleers, Monné en Beukenhorst, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier De Bruin, en op die datum in het openbaar uitgesproken.