ECLI:NL:HR:1999:AA2754
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Pos
- Beukenhorst
- Monné
- Kop
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke kwalificatie woonhuisvergoeding directeur-grootaandeelhouder
Belanghebbende, directeur-grootaandeelhouder van een BV die een hotel exploiteert, ontving een woonhuisvergoeding voor het thuis ontvangen van zakenrelaties. De Inspecteur handhaafde de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 1991, die het Hof bevestigde. Belanghebbende stelde dat de vergoeding een voordeel uit eigendom van de woning was, maar het Hof kwalificeerde deze als inkomsten uit arbeid.
De Hoge Raad toetste het oordeel van het Hof en concludeerde dat de vergoeding terecht werd aangemerkt als loon uit arbeid, omdat zij was toegekend voor het actief thuis ontvangen van relaties. Het Hof hoefde niet te beslissen of de vergoeding onder letter a of b van artikel 22 lid 1 viel Pro, omdat dat voor de beslissing niet relevant was.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en oordeelde dat het Hof geen onjuiste rechtsopvatting had gegeven en dat verdere motivering niet nodig was. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de woonhuisvergoeding aan belanghebbende als loon uit arbeid moet worden aangemerkt en verwerpt het cassatieberoep.