ECLI:NL:HR:1999:AA2727
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- De Moor
- Van Vliet
- Hammerstein
- Van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing artikel 31 Wet op de omzetbelasting bij overdracht begrafenisbelangen
In deze zaak stond centraal de vraag of de overdracht van begrafenisbelangen door X B.V. aan de Stichting als de overdracht van een onderneming of een deel daarvan kon worden aangemerkt in de zin van artikel 31 van Pro de Wet op de omzetbelasting 1968. X B.V. hield aandelen in meerdere vennootschappen die samen een fiscale eenheid vormden en was betrokken bij activiteiten rondom vervoer en begrafenissen.
De Inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op omdat hij van mening was dat de herziening van eerder in aftrek gebrachte omzetbelasting had moeten plaatsvinden. Het Hof vernietigde deze naheffingsaanslag en oordeelde dat sprake was van een overdracht van een algemeenheid van goederen, waardoor artikel 31 van Pro toepassing was.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat de fiscale eenheid als één ondernemer moet worden beschouwd, waarbij de overdracht van aandelen en activa als overdracht van een onderneming of deel daarvan geldt. Het cassatieberoep van de Staatssecretaris werd verworpen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen en het arrest van het Hof bevestigd.