ECLI:NL:HR:1999:AA2703
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- De Moor
- Van Vliet
- Hammerstein
- Van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof inzake naheffingsaanslag omzetbelasting en verwijst terug
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over het vierde kwartaal van 1995. Na bezwaar en beroep bij het Hof Amsterdam werd de aanslag gehandhaafd. Het Hof oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat hij als ondernemer kon worden aangemerkt en dat hij daarom de belasting op grond van artikel 37 van Pro de Wet op de omzetbelasting 1968 verschuldigd was.
In cassatie stelde de Hoge Raad vast dat het Hof ten onrechte de bewijslast bij belanghebbende had gelegd, terwijl op grond van artikel 37 van Pro de Wet de bewijslast bij de inspecteur rust. Het oordeel van het Hof dat de belasting niet verminderd kon worden op grond van artikel 25 van Pro de Wet werd wel bevestigd.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof Amsterdam en verwees de zaak naar het Hof 's-Gravenhage voor verdere behandeling met inachtneming van de juiste bewijslastverdeling. Tevens werd belanghebbende het griffierecht van ƒ 315,-- vergoed. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof Amsterdam en verwijst de zaak terug naar het Hof 's-Gravenhage voor verdere behandeling met inachtneming van de juiste bewijslastverdeling.