ECLI:NL:HR:1999:AA2700
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Pos
- raadsheer Beukenhorst
- raadsheer Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt beperking 35%-regeling tot uitzending binnen concernverband
Belanghebbende, een Amerikaanse werknemer die tijdelijk in Nederland werkte, voldeed aan bijna alle voorwaarden van de 35%-regeling, behalve dat zijn uitzending niet binnen een internationaal concernverband plaatsvond. Het gerechtshof oordeelde dat op grond van het gelijkheidsbeginsel belanghebbende toch voor de regeling in aanmerking kwam, omdat er geen objectieve rechtvaardiging was voor het onderscheid tussen werknemers binnen en buiten concernverband.
De Hoge Raad overwoog dat de beperking van de regeling tot uitzending binnen concernverband gerechtvaardigd is vanwege de complexiteit rond aftrekbare kosten bij tijdelijke uitzendingen. De regeling beoogt werknemers met een tijdelijk en gedwongen verblijf te compenseren voor extra kosten van levensonderhoud. Het criterium van uitzending binnen concernverband dient als objectief en eenvoudig toetsingsmiddel.
De Hoge Raad verwierp het argument dat het onderscheid niet relevant zou zijn en stelde dat de stelling dat uitzending buiten concernverband vaak gepaard gaat met persoonlijke overwegingen niet bewezen was. Omdat dit een feitelijke beoordeling vereist die in cassatie niet aan de orde is, kon hieraan geen waarde worden gehecht.
Daarmee faalt het cassatieberoep en blijft het oordeel van het hof in stand. De Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen en het oordeel van het hof bevestigd.