ECLI:NL:HR:1999:AA2681
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid cassatieberoep in belastingzaak ondanks niet-zending aan gemachtigde
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1990 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd, die na bezwaar werd verminderd. Tegen deze uitspraak ging belanghebbende in beroep bij het Gerechtshof Leeuwarden, dat de vermindering bevestigde. Hiertegen stelde belanghebbende cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Staatssecretaris betwistte de ontvankelijkheid van het cassatieberoep, omdat het beroepschrift te laat was ingediend. Uit onderzoek bleek echter dat de uitspraak van het Hof niet aan de gemachtigde, maar aan de curator van de faillietverklaarde belanghebbende was verzonden, waardoor de termijn niet correct was gestart. Daarom werd het beroep ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad behandelde de inhoudelijke klachten niet, omdat deze geen aanleiding gaven tot rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad wees het beroep uiteindelijk af en veroordeelde partijen niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep is ontvankelijk verklaard maar inhoudelijk verworpen.