ECLI:NL:HR:1999:AA2667
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Fleers
- raadsheer Pos
- raadsheer Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing faciliteit zeevaart bij beperkte inzet zeeschepen
Belanghebbende, een werkmaatschappij binnen een concern, exploiteert sleepdienst-, bergings- en transportactiviteiten met zeeschepen die formeel en feitelijk voor de vaart op zee inzetbaar worden gehouden. Over het tijdvak 1990-1992 werd een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, welke na bezwaar door het Hof werd vernietigd.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof terecht heeft geoordeeld dat belanghebbende als inhoudingsplichtige die het zeescheepvaartbedrijf daadwerkelijk uitoefent onder Nederlandse vlag kan worden aangemerkt, ook al zijn de schepen slechts beperkt feitelijk op zee ingezet. Artikel 17 van Pro de Wet op de loonbelasting 1964 bevat geen beperking dat de faciliteit alleen geldt bij daadwerkelijke inzet in bepaalde mate.
Verder wijst de Hoge Raad het middel af dat stelt dat de faciliteit niet toegepast mag worden op basis van de situatie van andere concernonderdelen, omdat het Hof dit uitsluitend ten aanzien van belanghebbende heeft onderzocht. Ook het bezwaar tegen de achteraf verrekening van loonbelasting wordt verworpen, omdat de werkwijze niet tekortdoet aan de strekking van de faciliteit en in de praktijk herstel van foutieve inhoudingen binnen het kalenderjaar werd toegestaan.
De Hoge Raad verwerpt het beroep van de Staatssecretaris en veroordeelt hem in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen en de naheffingsaanslag wordt vernietigd.