ECLI:NL:HR:1999:AA2639
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Pos
- Beukenhorst
- Monné
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep in cassatie tegen heffing reinigingsrechten gemeente Oostzaan
Belanghebbende is door de gemeente Oostzaan belast met reinigingsrechten over het vierde kwartaal van 1993. Na bezwaar tegen deze heffing heeft burgemeester en wethouders het besluit gehandhaafd. Belanghebbende is vervolgens in beroep gegaan bij het Gerechtshof Amsterdam, dat het besluit van burgemeester en wethouders heeft bevestigd.
Daarna heeft belanghebbende beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld, maar deze bleken niet ontvankelijk of onvoldoende gegrond om tot cassatie te leiden. Gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie was nadere motivering niet vereist omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.
De Hoge Raad heeft ook geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen aan partijen. Het beroep in cassatie is verworpen en het arrest is op 3 februari 1999 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en de eerdere uitspraken worden bevestigd.