ECLI:NL:HR:1999:AA2631
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Hammerstein
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verkrijgingsprijs bonusaandelen bij na te melden aandelenverkoop in de inkomstenbelasting
Belanghebbende had in 1993 een aanmerkelijk belang in een B.V. en ontving bonusaandelen uit de agioreserve. Bij verkoop van zijn aandelen stelde hij de verkrijgingsprijs van deze bonusaandelen op nihil, conform artikel 39 lid 6 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964. De Inspecteur corrigeerde de verkrijgingsprijs, wat leidde tot bezwaar en beroep bij het Hof, dat de aanslag bevestigde.
In cassatie stelde belanghebbende dat het gehele op de aandelen gestorte kapitaal aan de overige aandelen moest worden toegerekend indien bonusaandelen een verkrijgingsprijs van nihil hebben. De Hoge Raad oordeelde dat het kapitaal evenredig moet worden toegerekend aan alle gelijksoortige aandelen, inclusief de bonusaandelen, en verwierp het cassatieberoep.
De Hoge Raad bevestigde hiermee de juiste toepassing van de fiscale regels omtrent de waardering van bonusaandelen en de berekening van de verkrijgingsprijs bij een na te melden aandelenverkoop. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitspraak van het Hof bevestigd.