ECLI:NL:HR:1999:AA2622
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Hammerstein
- Van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aftrek rente op lening tussen groepsmaatschappijen volgens belastingverdrag Nederland-Finland
Belanghebbende, een Nederlandse besloten vennootschap binnen een Fins concern, kreeg voor 1991 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd die zij betwistte. Het Gerechtshof ’s-Gravenhage vernietigde de aanslag en stelde dat de rente op een langlopende lening van een Finse groepsmaatschappij aftrekbaar was.
De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De kernvraag was of op grond van artikel 11, lid 5, van het belastingverdrag tussen Nederland en Finland de rente als aftrekpost kon worden beschouwd.
De Hoge Raad oordeelde dat de rente inderdaad aftrekbaar is, omdat de lening werd verstrekt door een in Finland gevestigde onderneming die belasting over de rente betaalt, en de aandelen niet uitsluitend voor belegging werden aangehouden. Er was geen aanwijzing dat de tekst van het verdrag anders moest worden uitgelegd.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten. Hiermee werd de uitspraak van het Hof bevestigd dat de renteaftrek terecht was toegewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen en de renteaftrek wordt bevestigd.