ECLI:NL:HR:1999:AA2618
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Pos
- Beukenhorst
- Kop
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanslag inkomstenbelasting bij gelijktijdig genoten loon uit meerdere dienstbetrekkingen
Belanghebbende was het niet eens met de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 1995, waarbij een belastbaar inkomen van f 65.137,-- was vastgesteld. Na bezwaar en beroep bij het Hof Amsterdam werd de aanslag gehandhaafd. De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep.
De kern van het geschil betrof de uitleg van artikel 64, lid 2, letter c, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Belanghebbende stelde dat hem geen aanslag kon worden opgelegd omdat het gezamenlijke loon uit meerdere dienstbetrekkingen gedurende dezelfde tijdvakken minder was dan de drempel van f 50.423,--. De Hoge Raad oordeelde dat de bepaling ook ziet op situaties waarin het gezamenlijke loon de grens overschrijdt doordat loon uit verschillende tijdvakken wordt genoten, ook als deze niet samenvallen.
De Hoge Raad bevestigde daarmee de uitleg van het Hof dat de wet bedoeld is om ongelijkheid in belastingheffing te voorkomen bij gelijktijdig genoten loon uit meerdere dienstbetrekkingen, ook als deze niet exact overlappen in de tijd. Het beroep werd verworpen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en de aanslag inkomstenbelasting wordt gehandhaafd.