ECLI:NL:HR:1999:AA2616
Hoge Raad
- Cassatie
- De Moor
- Van Vliet
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt berekeningsmethode voor aftrek omzetbelasting bij gemeenschapsvoorzieningen in bestemmingsplannen
De gemeente X te Z kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode 1991-1995, welke na bezwaar door de Inspecteur werd gehandhaafd. De gemeente stelde beroep in bij het Hof Amsterdam, dat het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de gemeente cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De zaak betrof de realisatie van bestemmingsplannen waarbij percelen grond deels met en deels zonder omzetbelasting werden geleverd. Gemeenschapsvoorzieningen werden aangelegd op grond die bij de gemeente bleef. De gemeente had de aftrekbare omzetbelasting op deze voorzieningen berekend volgens een methode gebaseerd op de verhouding van met omzetbelasting belaste leveringen tot de totale kosten.
De Inspecteur legde een naheffingsaanslag op op basis van een andere verhouding, namelijk naar rato van de geleverde oppervlakten. Het Hof oordeelde dat de gemeente niet had aangetoond dat de opbrengsten van de belaste leveringen anders waren aangewend dan die van de vrijgestelde leveringen, en dat de kosten van de voorzieningen dus naar evenredigheid uit beide opbrengsten waren bekostigd.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de Resolutie van 1980, die de berekeningsmethode voorschrijft, juist is toegepast. Het cassatieberoep werd verworpen en er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de gemeente wordt verworpen en de naheffingsaanslag omzetbelasting wordt gehandhaafd.