ECLI:NL:HR:1999:AA1062
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Roelvink
- raadsheer Neleman
- raadsheer Heemskerk
- raadsheer Fleers
- raadsheer De Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van beroep in cassatie inzake verhaal kosten bijstand voormalige echtgenote
De zaak betreft een geschil over het verhaal van kosten van bijstand ten behoeve van de voormalige echtgenote van verweerder. De Rechtbank Breda had in 1994 bepaald dat verweerder een maandbedrag aan de Gemeente moest betalen. Verweerder kwam in 1997 in verzet tegen deze beschikking en verzocht om het verhaalsbedrag met ingang van oktober 1993 op nihil te stellen. De rechtbank wijzigde de beschikking deels en stelde het verhaalsbedrag over een bepaalde periode op nihil.
De Gemeente stelde hoger beroep in tegen deze wijziging, maar het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank en stelde het verhaalsbedrag over een deel van de periode vast op nihil en over andere periodes op een bedrag van in totaal € 10.000. De Gemeente stelde vervolgens cassatieberoep in tegen het arrest van het hof.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht het beroep van verweerder ontvankelijk had verklaard ondanks de termijnoverschrijding, omdat de procedure na de inwerkingtreding van de nieuwe Algemene wet bestuursrecht (Abw) viel en de toepasselijke procesregels een termijn van twee maanden voor hoger beroep voorschrijven. Verder verwierp de Hoge Raad het beroep van de Gemeente dat wijziging van het verhaalsbedrag alleen mogelijk is bij wijziging van omstandigheden, en stelde dat ook onjuiste of onvolledige gegevens bij de eerdere beschikking een grond voor wijziging kunnen vormen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de Gemeente en veroordeelde haar in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Gemeente wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het geding.