Uitspraak
3 april 1998.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een geschil tussen de Gemeente Alkemade en een eigenaar van een perceel grond waarop woningen gebouwd zouden worden. De gemeente stelde als voorwaarde voor medewerking aan een bestemmingsplanwijziging dat de woningen uitsluitend aan ingezetenen of economisch gebonden personen van de gemeente mochten worden verkocht of verhuurd. Daarnaast werd een bijdrage van f 4.000,-- gevraagd voor de kosten van de bestemmingsplanwijziging.
De eigenaar stelde dat deze voorwaarden een misbruik van bevoegdheid (détournement de pouvoir) vormden, omdat de gemeente haar publiekrechtelijke bevoegdheden voor een ander doel gebruikte dan waarvoor ze waren verleend. De rechtbank wees de vorderingen af, maar het hof oordeelde dat de voorwaarden nietig waren en dat de gehele overeenkomst daardoor nietig was.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat de gemeente haar bevoegdheid had overschreden door voorwaarden te verbinden die niet dienden ter behartiging van planologische belangen. De eis dat woningen alleen aan ingezetenen of economisch gebonden personen mochten worden verkocht of verhuurd, was niet toegestaan. Hierdoor was de overeenkomst nietig wegens strijd met de openbare orde. Het beroep van de gemeente werd verworpen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de nietigheid van de overeenkomst wegens misbruik van bevoegdheid door de gemeente.