ECLI:NL:HR:1998:AE3815

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 januari 1998
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
32224
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • R.J.J. Jansen
  • Van der Putt-Lauwers
  • Meij
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 101a Wet op de rechterlijke organisatieArt. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar vennootschapsbelasting 1990

Belanghebbende, X B.V., kreeg voor het jaar 1990 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd van f 1.182.870,--. Het bezwaar tegen deze aanslag werd door de Inspecteur niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage bevestigde deze niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep.

X B.V. stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad en bracht vier middelen van cassatie naar voren. De Staatssecretaris van Financiën bestreed het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad wees het beroep af en zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen aan partijen. Het arrest werd vastgesteld en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 1998 door de vice-president Jansen, met de raadsheren Van der Putt-Lauwers en Meij, in aanwezigheid van de waarnemend griffier Van Hooff.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar blijft gehandhaafd.

Uitspraak

Nr. 32.224
28 januari 1998
TB
gewezen op het beroep in cassatie van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid X B.V. te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 1 april 1996 betreffende de haar voor het jaar 1990 opgelegde aanslag in de vennootschapsbelasting.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is voor het jaar 1990 een aanslag in de vennootschapsbelasting opgelegd naar een belastbaar bedrag van f 1.182.870,--. In het tegen deze aanslag gemaakte bezwaar is belanghebbende bij uitspraak van de Inspecteur wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof, dat deze uitspraak heeft bevestigd.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij vier middelen van cassatie voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft bij vertoogschrift het cassatieberoep bestreden.
3. Beoordeling van de middelen van cassatie
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is op 28 januari 1998 vastgesteld door de vice-president R.J.J. Jansen als voorzitter, en de raadsheren Van der Putt-Lauwers en Meij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Van Hooff, en op die datum in het openbaar uitgesproken.