ECLI:NL:HR:1998:AA2702
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Hammerstein
- Van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt weigering aftrek rentelast bij aandelenbezit als belegging in fiscale eenheid
Belanghebbende, X B.V., maakte deel uit van een fiscale eenheid en had in 1994 een rentelast ten bedrage van ƒ 413.201,-- ten laste van haar winst gebracht. De Inspecteur weigerde deze aftrek met een beroep op fraus legis. Het Hof vernietigde het bezwaar van belanghebbende tegen de aanslag vennootschapsbelasting en verminderde de aanslag. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof.
De Hoge Raad oordeelde dat de oprichting van de naar Aruba gevestigde vennootschap J N.V. en het aandelenbezit daarvan door belanghebbende als belegging moet worden aangemerkt, omdat geen bedrijfsbelang werd aangetoond. Hierdoor is de deelnemingsvrijstelling niet van toepassing op voordelen uit hoofde van het aandelenbezit in J N.V. en moeten deze voordelen worden meegenomen bij de winstbepaling.
De waardestijging van de aandelen J N.V. door de ontvangen rente werd reeds in 1994 tot uitdrukking gebracht in de waardering van het belang. De rentelast mag daarom niet worden afgetrokken, omdat deze wordt gecompenseerd door het voordeel uit de waardestijging. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het oordeel van het Hof. Er werden geen proceskosten aan de partijen opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de aftrek van de rentelast terecht is geweigerd.