ECLI:NL:HR:1998:AA2611
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Fleers
- Pos
- Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt belastingheffing successierecht op levensverzekering bij overlijden na echtscheiding
Belanghebbende ontving een uitkering uit een levensverzekering die haar door de erflater was begunstigd vóór hun huwelijk. Na ontbinding van het huwelijk overleed de erflater en werd de uitkering uitgekeerd. De Inspecteur legde hierover successierecht op, wat belanghebbende betwistte.
Het Gerechtshof vernietigde de uitspraak van de Inspecteur maar handhaafde de aanslag. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad bevestigde dat de uitkering belast is op grond van artikel 13 van Pro de Successiewet 1956, omdat de uitkering plaatsvond ten gevolge van overlijden.
De Hoge Raad verwierp de stelling dat schenkingsrecht verschuldigd zou zijn en dat de verkrijging onder een tegemoetkoming zou vallen, omdat het verband lag met het voorgenomen huwelijk en niet met een echtscheidingsregeling. Ook het bezwaar tegen niet-ontvankelijkheid in bezwaar werd afgewezen omdat dit in de procedure bij het Hof was hersteld.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en oordeelde dat geen proceskostenveroordeling op zijn plaats was.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de heffing van successierecht op de levensverzekeringuitkering.