ECLI:NL:HR:1998:AA2609
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- De Moor
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing Nederlandse catalogusprijs bij privégebruik auto van buitenlandse ondernemer
Belanghebbende, woonachtig in Duitsland en ondernemer in Nederland, gebruikte een in Duitsland geleasede auto met Duits kenteken deels voor privédoeleinden. De discussie betrof of bij de bijtelling voor privégebruik van de auto de Duitse of Nederlandse catalogusprijs moest worden gehanteerd.
Het Hof had beslist dat de Duitse catalogusprijs als maatstaf diende, maar de Staatssecretaris stelde cassatie in. De Hoge Raad oordeelde dat de regeling van artikel 42, lid 2, Wet op de inkomstenbelasting 1964, een uniforme en eenvoudige waarderingsgrondslag verlangt, namelijk de Nederlandse catalogusprijs, ongeacht waar de auto feitelijk wordt gebruikt.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en bevestigde de uitspraak van de Inspecteur. De uitspraak benadrukt dat voor de Nederlandse belastingheffing de Nederlandse catalogusprijs geldt als objectieve maatstaf voor de forfaitaire bijtelling van privégebruik van een auto, ook als de auto in het buitenland wordt gebruikt.
De Hoge Raad achtte geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en bevestigde hiermee de uniformiteit en rechtszekerheid in de toepassing van de autokostenfictie in de inkomstenbelasting.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat voor de bijtelling privégebruik auto de Nederlandse catalogusprijs geldt en vernietigt het arrest van het Hof dat de Duitse catalogusprijs hanteerde.