ECLI:NL:HR:1998:AA2608
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Fleers
- Pos
- Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-aftrekbaarheid verbouwingskosten monumentaal appartement als onderhoudskosten
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1991 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van f 108.192,--. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van f 105.574,--. Het geschil betrof de vraag of de kosten van verbouwingswerkzaamheden aan een monumentaal appartement als onderhoudskosten konden worden afgetrokken.
Het Hof oordeelde dat de werkzaamheden zo ingrijpend waren dat sprake was van een radicale vernieuwing en niet van herstel van de bruikbare staat. De werkzaamheden betroffen zowel het appartement van belanghebbende als dat van zijn partner, die na de verbouwing één geheel vormden. Het Hof achtte de kosten daarom niet aftrekbaar.
De Hoge Raad bevestigde deze beoordeling en verwierp het cassatieberoep. De Hoge Raad vond de feitelijke oordelen van het Hof niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd en zag geen aanleiding tot kostenveroordeling. Daarmee bleef de aanslagvermindering zoals door het Hof vastgesteld in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de verbouwingskosten niet als onderhoudskosten aftrekbaar zijn.