ECLI:NL:HR:1998:AA2560
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van Brunschot
- Meij
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over berekening en vergoeding van invorderingsrente bij vermindering vennootschapsbelasting
In deze zaak stond de berekening van invorderingsrente centraal na een ambtshalve vermindering van een aanslag vennootschapsbelasting over 1980. Belanghebbende, X N.V., betwistte de wijze waarop de invorderingsrente was berekend en verzocht om een hogere vergoeding dan door de ontvanger toegekend.
De ontvanger had de aanslag verminderd en de invorderingsrente vastgesteld volgens artikel 28 van Pro de Invorderingswet 1990. Het Hof bevestigde deze berekening, waarbij het oordeelde dat de betaalde invorderingsrente niet met terugwerkende kracht als belasting kon worden aangemerkt en dat de regeling van artikel 28 lid 3 van Pro toepassing was bij vermindering met teruggave.
De Hoge Raad stelde vast dat de wetstekst en wetsgeschiedenis duidelijk maken dat invorderingsrente eerst volgens lid 1 en vervolgens, indien van toepassing, volgens lid 3 van artikel 28 moet Pro worden toegepast. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en bepaalde dat de invorderingsrente moest worden berekend over het juiste bedrag van de te veel betaalde belasting, waarbij het tijdvak van rentevergoeding correct werd vastgesteld. Tevens veroordeelde de Staat tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad kent een hogere vergoeding van invorderingsrente toe en vernietigt het arrest van het Hof.