ECLI:NL:HR:1998:AA2556
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Houdstermaatschappij geen ondernemer voor omzetbelasting door ontbreken economische activiteit
Belanghebbende, een Nederlandse houdstermaatschappij binnen een concern, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode 1988-1992. Deze aanslag werd gehandhaafd na bezwaar en bevestigd door het Gerechtshof Amsterdam. Belanghebbende stelde dat zij ondernemer was in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968, omdat zij binnen het concern een coördinerende rol vervulde.
Het Hof oordeelde dat het enkele houden en aan- en verkopen van deelnemingen geen economische activiteit vormt volgens het arrest Polysar van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. Belanghebbende had geen sturende of beleidsbepalende activiteiten verricht die verder gingen dan vermogensbeheer. Ook het ontbreken van doorbelasting van kosten of fees aan de deelnemingen ondersteunde dit oordeel.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verduidelijkte dat het begrip 'moeien' inhoudt dat men zich bezighoudt met het beleid van de deelnemingen, wat niet het geval was. De coördinerende rol op financieel en fiscaal terrein viel daarbuiten. Het beroep in cassatie werd verworpen en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de houdstermaatschappij is geen ondernemer voor de omzetbelasting.