ECLI:NL:HR:1998:AA2545
Hoge Raad
- Cassatie
- Bellaart
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over belastingaanslag en administratie hotelonderneming 1989
Belanghebbende exploiteerde in 1989 een hotel-restaurant met appartementen en kreeg een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van f 215.627,--. Na bezwaar en beroep bij het hof bleef de aanslag gehandhaafd. Het hof oordeelde dat de administratie van belanghebbende niet betrouwbaar was vanwege een lagere bezettingsgraad dan het branchegemiddelde, wat volgens het hof duidde op niet-verantwoorde omzet.
De Hoge Raad stelt vast dat het hof ten onrechte heeft aangenomen dat het verschil in bezettingsgraad zonder nadere onderbouwing een verklaring van belanghebbende vereiste. Het hof had moeten onderzoeken of het verschil zodanig was dat het vermoeden van omzetverzwijging gerechtvaardigd was. Tevens heeft het hof onvoldoende gemotiveerd waarom het de door belanghebbende aangevoerde argumenten over de administratie heeft gepasseerd.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor een nieuwe behandeling met inachtneming van de motieven van dit arrest. De Hoge Raad bepaalt ook dat belanghebbende het betaalde griffierecht vergoed krijgt en veroordeelt de Staatssecretaris in de kosten van het cassatieproces.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor hernieuwde behandeling.