ECLI:NL:HR:1998:AA2539
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- De Moor
- Meij
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslag omzetbelasting voor ingebruikneming kas in tuinbouwbedrijf
Belanghebbende, een tuinbouwbedrijf, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over het tijdvak 1991 vanwege de ingebruikneming van een kas op grond die in 1990 was verworven. De Inspecteur stelde dat de ingebruikneming een levering betrof en dat de belasting berekend moest worden over de historische voortbrengingskosten van de kas. Belanghebbende had geen teruggaafverzoek ingediend en ook geen aangifte gedaan.
Het Gerechtshof 's-Gravenhage bevestigde de aanslag en oordeelde dat de kostprijs als uitgangspunt moest gelden, omdat geen vergelijkbare aankoopprijs kon worden vastgesteld. Het hof vond dat soortgelijke kassen zelden of nooit afzonderlijk worden verkocht, waardoor geen marktprijs kon worden vastgesteld. Dit oordeel was feitelijk en voldoende gemotiveerd.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het oordeel van het hof. Er is geen reden om het oordeel over de maatstaf van heffing te herzien, en de proceskosten worden niet aan belanghebbende opgelegd. Het arrest werd op 26 augustus 1998 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de naheffingsaanslag omzetbelasting over de ingebruikneming van de kas.