ECLI:NL:HR:1998:AA2523
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Beukenhorst
- raadsheer Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt Hofuitspraak over aftrek buitengewone lasten inkomstenbelasting 1993
Belanghebbende werd voor het jaar 1993 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd met een belastbaar inkomen van f 67.787,--. Na bezwaar werd dit verminderd tot f 66.362,--. Tegen deze uitspraak kwam belanghebbende in beroep bij het Hof Amsterdam, dat de uitspraak van de Inspecteur bevestigde.
Belanghebbende stelde in cassatie dat het Hof ten onrechte de aftrek van buitengewone lasten had beoordeeld, met name de kosten voor vakanties en een reis naar het buitenland van zijn moeder. De moeder had een besteedbaar inkomen uit AOW van f 15.736,-- en betaalde een jaarhuur van f 13.888,--. De Inspecteur had een bedrag van f 6.570,-- als aftrek toegelaten.
Het Hof oordeelde dat het totale besteedbare inkomen inclusief aftrek voldoende was voor een redelijk bestaan en dat de vakantiekosten en reis niet tot het levensonderhoud konden worden gerekend. De Hoge Raad stelde echter vast dat het Hof onvoldoende had gemotiveerd of en hoe rekening was gehouden met deze uitgaven en de vaste lasten van de moeder.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het Hof wegens gebrek aan motivering en verwees de zaak naar het Gerechtshof Den Haag voor een nieuwe behandeling in meervoudige kamer. De Hoge Raad wees proceskostenveroordeling af en bepaalde dat het griffierecht van f 315,-- aan belanghebbende wordt vergoed.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof wegens onvoldoende motivering en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Den Haag voor herbeoordeling.