ECLI:NL:HR:1998:AA2518
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Meij
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Toepassing leeftijdscriterium zelfstandigenaftrek bij niet-kalenderjaarboekjaar
Belanghebbende, die op 8 november 1992 65 jaar werd en een onderneming met een boekjaar van 1 mei tot en met 30 april exploiteert, kreeg voor 1993 de zelfstandigenaftrek geweigerd door de Inspecteur. Deze weigerde toepassing van de aftrek omdat belanghebbende bij het begin van het kalenderjaar 1993 de leeftijd van 65 jaar had bereikt, conform artikel 44m lid 1 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Het Gerechtshof bevestigde dit oordeel en verwierp het beroep van belanghebbende dat de leeftijdsgrens op het begin van het boekjaar moest worden toegepast, op grond van artikel 20 van Pro de Wet. De Hoge Raad oordeelt dat het kalenderjaar bepalend is voor het leeftijdscriterium bij de zelfstandigenaftrek, ook als het boekjaar niet samenvalt met het kalenderjaar.
De Hoge Raad benadrukt dat artikel 20 van Pro de Wet alleen bepaalt dat de winst wordt toegerekend aan het kalenderjaar waarin het boekjaar eindigt, en dat dit niet afdoet aan het leeftijdscriterium dat op het kalenderjaar is gebaseerd. Ook het urencriterium, dat wel het boekjaar als maatstaf neemt, verandert hier niets aan. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de zelfstandigenaftrek niet meer van toepassing is als de belastingplichtige bij aanvang van het kalenderjaar 65 jaar of ouder is, ongeacht de looptijd van het boekjaar.
Uitkomst: De zelfstandigenaftrek wordt geweigerd omdat belanghebbende bij het begin van het kalenderjaar 1993 de leeftijd van 65 jaar had bereikt, ongeacht het afwijkende boekjaar.