ECLI:NL:HR:1998:AA2513
Hoge Raad
- Cassatie
- Zuurmond
- Fleers
- Pos
- Beukenhorst
- Monné
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid van lijfrentetermijnen bij inkomstenbelasting 1994
Belanghebbende heeft voor het jaar 1994 een aanslag inkomstenbelasting ontvangen over een belastbaar inkomen van f 44.355,--. Tegen deze aanslag is bezwaar gemaakt, dat door de Inspecteur is afgewezen. Vervolgens heeft belanghebbende beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, dat de aanslag heeft bevestigd.
Bij notariële akte van 14 november 1994 heeft belanghebbende uit vrijgevigheid een recht van lijfrente gevestigd ten gunste van een fonds, waarbij hij zich verbond tot betaling van vijf jaarlijkse termijnen van f 250.000,--. Op de vervaldatum kon hij kiezen om de termijnen contant te voldoen of als schuld aan het fonds te laten staan, met rentevergoeding. Bij de aangifte heeft belanghebbende het volledige bedrag van f 250.000,-- als aftrekbare gift opgevoerd, maar de Inspecteur heeft f 5.000,-- niet in aftrek genomen.
De Hoge Raad oordeelt dat het begrip lijfrente in de Wet op de inkomstenbelasting 1964 niet anders kan worden uitgelegd dan in artikel 45, lid 4, van die wet. Omdat belanghebbende zich de keuze heeft voorbehouden om de termijnen niet contant te voldoen maar als schuld te laten staan, is er geen sprake van een verplichting tot periodieke uitkeringen. Hierdoor is de aftrek niet toekomend voor het gehele bedrag. Het beroep in cassatie wordt verworpen.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en stelt het arrest vast op 13 mei 1998.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen omdat geen sprake is van periodieke uitkeringen voor lijfrenteaftrek.