ECLI:NL:HR:1998:AA2508
Hoge Raad
- Cassatie
- Bellaart
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van privégebruik autokosten in inkomstenbelastingzaak 1994
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1994 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van f 53.987,--. Na bezwaar en beroep bij het Hof Amsterdam werd de aanslag gehandhaafd, waarbij het Hof oordeelde dat 20% van de cataloguswaarde van de personenauto als niet zakelijk gebruik moest worden gezien.
Belanghebbende stelde dat slechts de werkelijke privékosten van f 838,40 in aanmerking genomen mochten worden, omdat hij de zakelijke autokosten aan zijn cliënten doorberekende. De Hoge Raad overweegt dat de forfaitaire regeling uit artikel 42 lid 2 Wet Pro IB 1964 niet wordt beïnvloed door doorberekening aan derden.
Het Hof heeft terecht geoordeeld dat de forfaitaire 20% van de cataloguswaarde als niet zakelijke kosten geldt, ook als de werkelijke autokosten hoger zijn dan dit forfait. Het beroep in cassatie wordt verworpen. De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de aanslag inkomstenbelasting wordt gehandhaafd met toepassing van de forfaitaire 20% regeling voor privégebruik van de auto.