ECLI:NL:HR:1998:AA2495
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Meij
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing aftrek omzetbelasting op GFT-container door openbaar lichaam
Het Stadsgewest 's-Hertogenbosch had omzetbelasting betaald over de aanschaf van een GFT-container en verzocht om teruggaaf van een deel van deze belasting. De Inspecteur wees dit verzoek af, waarna het Stadsgewest in beroep ging bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Het hof bevestigde de afwijzing omdat niet aannemelijk was gemaakt dat de container was aangeschaft met het oog op het verwerken en verkopen van compost, dan wel voor het voldoen aan een wettelijke verplichting tot gescheiden inzameling.
Het Stadsgewest stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het hof een feitelijke beoordeling betrof die niet onbegrijpelijk was en daarom niet in cassatie kon worden bestreden. De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde daarmee het oordeel van het hof.
De procedurekosten werden niet aan het Stadsgewest opgelegd. Dit arrest werd op 15 april 1998 uitgesproken door de Hoge Raad, waarbij de vice-president Jansen als voorzitter en vier raadsheren aanwezig waren.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het recht op aftrek van omzetbelasting wordt ontzegd.